Op 24 maart 2026 organiseerde SPRYG Real Estate Academy de 15e editie van de Logistiek Vastgoeddag België. Tijdens deze druk bijgewoonde studienamiddag in het Havenhuis van Port of Antwerp-Bruges – gemodereerd door Christophe Wuyts, Head of Industrial Agency bij Ceusters Vastgoed – werd één conclusie snel duidelijk: logistiek vastgoed bevindt zich op een kantelpunt. Wat ooit een relatief voorspelbare sector was, evolueert vandaag onder invloed van geopolitiek, technologie, energie(beheer) en ruimtelijke schaarste naar een complex en dynamisch speelveld. Wachten op stabiliteit is daarbij geen optie meer.

Volgens Johan Beukema (Managing Partner bij Buck Consultants International) maken stabiele, mondiale toeleveringsketens plaats voor flexibelere en meer regionale netwerken. Bedrijven brengen productie en distributie dichter bij hun afzetmarkten en bouwen extra veerkracht in hun ketens.
Supply chains evolueren zo van statische structuren naar dynamische systemen, ondersteund door data, digitalisering en continue monitoring. Voor Europa betekent dit een herschikking van logistieke stromen, waarbij Centraal- en Oost-Europa terrein winnen, terwijl West-Europa onder druk staat door hogere kosten en beperkte bouwruimte voor logistieke projecten.
Die ruimtedruk zien we het duidelijkst in stedelijke contexten. De groei van e-commerce botst er op fysieke en organisatorische beperkingen, met inefficiënte en weinig duurzame last mile-distributie tot gevolg.
Prof. Dr. Heleen Buldeo Rai (VUB) schetste hoe stedelijke logistieke hubs – met voorbeelden in New York, Parijs en Amsterdam – een oplossing bieden door leveringen te bundelen en afstanden te verkorten. Maar dat vraagt een fundamenteel andere kijk op vastgoed: verticale magazijnen, functiemenging en integratie in het stedelijke weefsel worden steeds belangrijker. De uitdaging is niet alleen technisch, maar ook beleidsmatig. Zonder aangepaste regelgeving en ruimtelijke planning blijft de uitrol van stadslogistiek moeizaam.

(Hernieuwbare) energie is intussen geëvolueerd van randvoorwaarde naar kerncomponent van logistiek vastgoed. Volgens Robin Bruninx, CEO van Encon, zetten elektrificatie, datacentergroei en geopolitieke onzekerheid het elektriciteitsnet in België onder druk, waardoor netcongestie steeds vaker voorkomt.
Logistieke spelers worden daardoor actieve energiebeheerders, met eigen productie, opslag en slimme sturing. Zonnepanelen, batterijen en laadinfrastructuur maken integraal deel uit van nieuwe projecten. Het gevolg? Een fundamentele verschuiving, waarbij logistiek vastgoed niet alleen een operationele asset wordt, maar ook een energieplatform dat waarde genereert.
Arbeidskrapte en ruimtegebrek dwingen bedrijven om efficiënter te werken. Automatisering speelt daarin een cruciale rol. Jonathan Bytebier, Sales Manager bij Movu Robotics, toonde aan hoe nieuwe technologieën zoals 2D- en 3D shuttle-systemen het mogelijk maken om zowel nieuwe als bestaande magazijnen te optimaliseren. Door hun flexibiliteit en schaalbaarheid verlagen deze systemen de drempel voor automatisering, ook voor bestaande gebouwen. Het resultaat is een magazijn dat niet alleen efficiënter is, maar ook beter bestand tegen pieken en schommelingen in de vraag.

Het thema ruimtelijke schaarste voor logistieke bouwprojecten in België liep als een rode draad doorheen twee afsluitende debatten. Tijdens een eerste debat met VLAIO, Montea en Weerts Group blijkt de effectief beschikbare ruimte in Vlaanderen beperkter dan vaak gedacht, waardoor het beleid inzet op efficiënter gebruik via herontwikkeling, functiemenging en strategische planning. Voor bedrijven vertaalt zich dat in een groeiende nood aan flexibiliteit: grote kavels op toplocaties zijn schaars, en activiteiten worden vaker geografisch gespreid.
Tegelijk verschuift de focus van grootschalige nieuwbouwprojecten naar reconversie van bestaande sites. Energie speelt daarin een steeds belangrijkere rol. Locaties met beschikbare capaciteit of mogelijkheden tot eigen productie winnen aan belang, al blijft bereikbaarheid voor bepaalde gebruikers doorslaggevend. De afweging tussen mobiliteit, energie en ruimte verschilt dus van project tot project.
Ook in de Belgische mainports (Brussels Airport Company, Port of Antwerp-Bruges en North Sea Port) wordt ruimte schaarser en selectiever ingezet. De nadruk verschuift er van uitbreiding naar optimalisatie, met meer aandacht voor brownfieldontwikkeling. Complexe vergunningsprocedures en externe factoren zoals internationale concurrentie zetten bijkomende druk. Energie en duurzaamheid vormen daarbij zowel een uitdaging als een noodzakelijke transitie.