Waarom ‘meer capaciteit’ de verkeerde reflex is…
Wie vandaag met supply chain bezig is, kan zich nauwelijks onttrekken aan het gevoel dat alles tegelijk beweegt: geopolitieke schokken, volatiliteit op zee, prijsschommelingen, en tegelijk een markt die in bepaalde segmenten… té veel capaciteit heeft.
De actualiteit levert elke week nieuwe verstoringen op, maar Alex Van Breedam – eigenaar en CEO van TRI-VIZOR, supply chain keynote speaker & oprichter van ISCN.Academy – bekijkt ze door dezelfde lens: het echte lek zit in de structuur van de sector. Zolang eigendom, merkvorming en contractlogica samenwerking blokkeren, blijft de grootste winst onbenut. Ongeacht hoe slim we plannen…
Van Breedam wijst op een opvallende paradox in containershipping. Terwijl het publieke debat vaak gaat over ‘disruptie’ en ‘tekorten’, ziet hij onder de oppervlakte een structurele overcapaciteit ontstaan. Hij spreekt over een vloot die richting een recordniveau gaat (boven 33 miljoen containercapaciteit) terwijl de effectieve vraag veel – misschien wel de helft! – lager ligt. Dat probleem komt volgens hem pas écht aan de oppervlakte als de traditionele Oost-Westroutes opnieuw volledig zouden normaliseren via het Suez kanaal. Nu blijft het gemaskeerd doordat omvaarroutes – denk Kaap de Goede Hoop – schepen langer onderweg houden, waardoor je kunstmatig meer vloot ‘nodig’ hebt.
Dat betekent: als er ergens rust terugkeert op zee, kan dat economisch net extra pijn doen. Want dan wordt zichtbaar hoeveel capaciteit er eigenlijk klaarstaat. En in markten met dunne marges is dat een recept voor prijsdruk, onderbieding en faillissementen. Van Breedam maakt het scherp: logistiek is één van de weinige sectoren waar ‘volume’ vaak nog belangrijker lijkt dan ‘kwaliteit van bedrijfsvoering’, doorgaans uitgedrukt in een winstmarge. Terwijl net daar de marges gemaakt of verloren worden.
De échte eyeopener zit voor Van Breedam in leegtransport. Niet alleen op de weg, maar ook in het wereldwijde containerverkeer. Hij schetst hoe enorme stromen containers van Azië naar Europa of de VS gaan, terwijl een groot deel leeg terugkeert. En dat is niet alleen inefficiënt, het is ook een gigantische klimaat- en kostendriver. Zijn punt: we zouden in theorie hetzelfde wereldwijde transport kunnen doen met veel minder containers. Hoe? Als we ze véél beter laten roteren.
Het wordt concreet met een voorbeeld dat voor Vlaamse logistiek herkenbaar aanvoelt. Een container met sportschoenen komt via een rederij aan in Antwerpen, gaat door naar een magazijn in de Kempen en wordt daar gelost. Wat gebeurt er daarna? De container gaat vaak leeg terug richting een plek waar de kans op herbelading groter is en dat is idealiter de dichtstbijzijnde terminal, maar dikwijls de Antwerpse haven. Ondertussen heeft een bedrijf in de buurt – dat wél exporteert – containers nodig, maar kan die ‘lege’ niet zomaar gebruiken omdat contracten en ‘merken’ niet overeenkomen. Resultaat: twee lege bewegingen waar één efficiënte herbelading mogelijk was.

Van Breedam provoceert graag: “Zet die negen grootste rederij-CEO’s rond één tafel en je kan op één dag miljarden aan CO₂ besparen.” Zijn voorstel is in essentie pooling: containers en assets delen alsof het een moderne coöperatie is. Niet voor de romantiek, maar omdat de businesscase klopt: minder lege verplaatsingen, hogere rotatie, beter rendement op kapitaal. De prijs die je betaalt is minder ‘omzetvolume’ op papier. De winst is dan weer hogere marges en een robuuster en duurzaam systeem.
Zijn favoriete metafoor komt uit een totaal andere wereld: olijfolie. Boeren kochten vroeger samen één pers, omdat niemand een dure machine wil die elf maanden per jaar stilstaat. Dat coöperatieve denken – assets delen omdat het rationeel is – moeten we volgens hem terug durven toepassen op containers en logistieke infrastructuur.
Wie denkt dat dit naïef is, krijgt een tegenvoorbeeld. In Noorwegen werkt samenwerking in de zalmindustie al jaren, zelfs tussen grote spelers. Niet omdat ze plots vrienden werden, maar omdat twee CEO’s besloten dat het efficiënter en duurzamer moest. Én omdat het model zonder overdreven juridische ballast kan draaien.
De ongemakkelijke conclusie: we zoeken vaak naar hightech-oplossingen (AI, digital twins, extra buffers), terwijl een deel van de grootste winst in plain sight ligt. Niet in méér systemen, maar in minder silo’s. Of, zoals Van Breedam het bijna laconiek samenvat: “Schilder die containers gewoon grijs!”