warehouselogistiek.eu
EN
The platform for internal & external logistics, supply chain and automation
Inspectie van magazijnstellingen: wat is verplicht en wat wordt er beoordeeld?

Inspectie van magazijnstellingen: wat is verplicht en wat wordt er beoordeeld?

In veel Nederlandse magazijnen wordt dagelijks gewerkt met stellingen die jarenlang in gebruik zijn zonder dat er een volledig en actueel inspectiedossier beschikbaar is. Dat betekent niet automatisch dat er iets mis is, maar het laat wel zien dat inspectie in de praktijk niet altijd structureel wordt georganiseerd.

Tegelijkertijd stelt de wetgeving duidelijke eisen aan veiligheid en het gebruik van arbeidsmiddelen. Magazijnstellingen vallen daar expliciet onder.

Wettelijk kader: zorgplicht en inspectie

Binnen de Arbeidsomstandighedenwet ligt de verantwoordelijkheid bij de werkgever. Artikel 3 verplicht tot het creëren van een veilige werkomgeving, inclusief de middelen waarmee gewerkt wordt. Dat klinkt algemeen, maar krijgt concreet vorm in het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Artikel 7.4a beschrijft wanneer inspectie nodig is. Het gaat niet om één vast moment, maar om meerdere situaties die zich in de praktijk voordoen. Denk aan de fase direct na installatie, maar ook aan momenten waarop een stelling wordt aangepast, verplaatst of opnieuw opgebouwd. Daarnaast speelt periodiek gebruik een rol, net als situaties waarin schade ontstaat, bijvoorbeeld door een aanrijding.

Hoe vaak een inspectie precies moet plaatsvinden, hangt af van gebruik en risico. In de praktijk wordt een jaarlijkse controle vaak als uitgangspunt genomen, zeker bij intensief gebruikte magazijnen.

Wat niet vrijblijvend is, is de documentatie. Inspecties moeten aantoonbaar zijn. Dat betekent dat rapportages beschikbaar moeten zijn op de werkplek en dat deze bij een controle kunnen worden overlegd.

Ook de RI&E speelt hierin een rol. Daarin horen risico’s rond stellingen expliciet terug te komen, zoals instabiliteit, vallende goederen of schade door intern transport. Op het Arboportaal van het Ministerie van SZW is uitgebreide achtergrondinformatie te vinden over hoe werkgevers deze verplichtingen in de praktijk kunnen invullen.

Inspectie van magazijnstellingen: wat is verplicht en wat wordt er beoordeeld? 1

Europese normen als praktisch referentiepunt

Naast wetgeving wordt in de praktijk veel gewerkt met de norm EN 15635. Deze norm geeft richting aan hoe je veilig gebruik en onderhoud van stellingen organiseert. In Nederland wordt deze norm vaak als referentie gebruikt bij inspecties en audits.

Wat opvalt aan EN 15635 is dat het niet alleen gaat om jaarlijkse keuringen. De norm kijkt juist naar het geheel van dagelijkse praktijk, interne controle en externe beoordeling.

Een medewerker die schade ziet of veroorzaakt, hoort dat direct te melden. Daarnaast worden interne visuele controles meestal op regelmatige basis uitgevoerd, vaak wekelijks. Die interne checks vormen eigenlijk de eerste verdedigingslinie.

Daarboven zit de jaarlijkse inspectie door een externe deskundige. Die kijkt met een technische blik naar de volledige constructie.

Binnen dit geheel wordt vaak één persoon aangewezen die het overzicht bewaart. In de norm wordt dit de PRSES genoemd. In de praktijk is dit degene die zorgt dat meldingen worden opgevolgd, inspecties plaatsvinden en documentatie op orde blijft.

Andere normen, zoals EN 15512 en EN 15620, spelen meer op de achtergrond een rol. Ze bepalen hoe een stelling ontworpen is en welke toleranties acceptabel zijn. Organisaties zoals het NEN publiceren deze normen en aanvullende praktijkrichtlijnen die helpen om ze concreet toe te passen binnen een magazijnomgeving.

Hoe schade in de praktijk wordt beoordeeld

Tijdens inspecties wordt schade niet alleen beschreven, maar ook geclassificeerd. Dat gebeurt meestal met een kleurindeling die helpt om snel te bepalen wat er moet gebeuren.

Kleine vervormingen blijven vaak binnen veilige marges. Die worden geregistreerd en opgevolgd bij een volgende inspectie. Zodra schade daarboven komt, verandert de situatie. Dan moet een vak bijvoorbeeld eerst ontlast worden voordat het opnieuw gebruikt kan worden.

Bij zwaardere schade is er weinig discussie. Dan gaat het om directe actie, zoals het buiten gebruik stellen van een deel van de stelling en het vervangen van onderdelen.

Wat belangrijk is, is dat schade niet statisch is. Wat vandaag beperkt lijkt, kan bij uitblijvend herstel escaleren. Daarom zit de waarde vooral in opvolging, niet alleen in het constateren.

Waar een inspecteur daadwerkelijk naar kijkt

Een technische inspectie gaat verder dan alleen zichtbare schade. De inspecteur beoordeelt het gedrag van de constructie als geheel.

Staanders worden gecontroleerd op vervorming en scheefstand. Zeker in de onderste zones is dat relevant, omdat daar de meeste impactschade ontstaat. Liggers vertellen veel over belasting en gebruik. Doorbuiging, connectoren en lasnaden geven aanwijzingen over structurele belasting.

Ook minder opvallende onderdelen spelen een rol. Denk aan borgpennen die ontbreken of vergrendelingen die niet goed functioneren. Vloerverankering is een ander kritisch punt. Als voetplaten niet goed bevestigd zijn, verliest de hele constructie stabiliteit.

Daarnaast wordt gekeken naar zaken die vaak over het hoofd worden gezien, zoals beschermvoorzieningen en belastingborden. Die laatste zijn essentieel om te weten wat een stelling daadwerkelijk mag dragen.

Inspectie van magazijnstellingen: wat is verplicht en wat wordt er beoordeeld? 2

Signalen die je niet kunt negeren

Los van geplande inspecties zijn er situaties waarin direct ingrijpen logisch is. Een stelling die zichtbaar scheef staat of beweegt onder belasting vraagt om onmiddellijke aandacht. Hetzelfde geldt voor ontbrekende onderdelen of verankeringen die loskomen van de vloer.

Ook subtielere signalen kunnen relevant zijn. Geluiden, kleine verschuivingen of onverwachte vervorming geven vaak al aan dat er iets niet klopt.

In incidentanalyses binnen de sector komt een patroon naar voren. Schade ontstaat zelden door één oorzaak, maar door een combinatie van factoren. Aanrijdingen, onvoldoende opvolging van schade en gebrek aan overzicht spelen daarbij vaak samen een rol.

Het belang van een compleet dossier

Wie grip wil krijgen op inspectie, begint meestal bij documentatie. Niet omdat het moet, maar omdat het inzicht geeft.

Een goed dossier laat zien hoe een stelling is opgebouwd, hoe deze gebruikt wordt en wat er in de loop van de tijd mee is gebeurd. Inspectierapporten, herstelregistraties en opleidingsgegevens vullen elkaar aan.

De jaarlijkse inspectie wordt doorgaans uitgevoerd door een externe partij. Dat zorgt voor een onafhankelijke beoordeling. Interne controles blijven daarnaast belangrijk, juist omdat die frequenter plaatsvinden.

Wanneer documentatie ontbreekt, wordt het lastiger om aan te tonen dat aan de zorgplicht is voldaan. Dat kan gevolgen hebben bij incidenten of in gesprekken met verzekeraars.

Praktisch beginnen met inspectie

Voor veel organisaties zit de uitdaging niet in kennis, maar in organisatie. Inspectie wordt vaak pas opgepakt na een incident of bij een controle.

Door het proces structureel in te richten, ontstaat rust. Duidelijke verantwoordelijkheden, vaste controlemomenten en overzichtelijke documentatie maken het verschil.

Bedrijven die dit willen professionaliseren, werken regelmatig samen met gespecialiseerde partijen zoals Rejuva. Die ondersteunen bij het opzetten van inspectieprocessen, het uitvoeren van controles en het op orde brengen van het volledige stellingsdossier.

Gerelateerde artikelen

"*" indicates required fields

This field is for validation purposes and should be left unchanged.

Send us a message

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten